Dorpskerkhoven

Overdracht van kerkgemeenten

1829 en 1830 zijn belangrijke jaren in de geschiedenis van de begraafplaatsen in Nederland. Onder invloed van de Fransen kwam de scheiding tussen kerk en staat in 1796 tot stand. De kerkelijke gemeenten verloren hierdoor de kerkhoven (1829/1830) die vanaf dat moment onderdeel van de burgelijke gemeenten zijn.

De kerkelijke gemeenten werkten de burgelijke gemeenten natuurlijk tegen in deze overdracht. Uiteraard een geldkwestie. Vanaf 1829 is het begraven in de kerken verboden en moeten de kerken hun kerkhoven overdragen om voortaan als algemene begraafplaats te dienen.

De kerkelijke gemeente verloor hierdoor grote inkomsten. De burgelijke gemeenten compenseerden deze inkomsten met vergoedingen. Grappige bijkomstigheid was dat de notabelen van het kerkbestuur ook zitting hadden in het burgelijk gemeentebestuur. Er werden dan ook vette prijzen afgesproken voor het gereedschap van de doodgraver.

De burgelijke gemeente moest het kerkhof opnieuw inrichten. De notabelen die de beschikking hadden over de kerkgraven kregen hierdoor de beste plekken op het kerkhof. Deze vergoeding kon eerst bij de Wet op de Lijkbezorging worden afgekocht. Stadsdeel Amsterdam-Noord heeft deze vergoedingen in de jaren '90 afgekocht. 

Kerkhof Nieuwendam (poort)